VORIGE PAGINA     |   INDEX GETUIGENISSEN  |    VOLGENDE PAGINA
getuigenissen

Inhoud van deze pagina:

104. Teruggevallen predikers worden door
        de Geest van God in een samenkomst
        van William Branham ontmaskerd
104 Teruggevallen predikers worden in een samenkomst van W. Branham door de Geest van God als bedriegers ontmaskerd

Foto van William Branham met bovennatuurlijk licht; Is door de wetenschap bevestigd als onvervalst document GETUIGENIS
Niet lang geleden zouden wij hier in Harlington, Texas, een dienst houden en die avond toen ik daar heenging zaten er overal grote pamfletten op de auto's, waarop stond dat de F.B.I. me daar zou ontmaskeren als een bedrieger. Er was een klein meisje genezen daar ergens in Texas; ze woonde ver weg in het noorden, ik vermoed op ongeveer vijftienhonderd kilometer afstand, ver weg in de buurt van Panhandle en dit was helemaal in het zuiden in Harlington, vlak bij de grens. En broeder Baxter kwam en zei: "Broeder Branham, u hebt nog nooit zo'n wanorde daar gezien, ongeveer vier of vijfduizend mensen." Hij zei: "En dan, overal verspreid, dat de F.B.I. u vanavond op het podium zal grijpen en u ontmaskeren."

Ik zei: "Wel, daar ben ik zeker blij om."

Hij zei: "Weet u nog van dat kleine meisje dat onlangs 's avonds genezen werd?"

Ik was op weg naar huis, op weg naar mijn kamer toen ik iets hoorde huilen en ik keek rond. Ik dacht dat het misschien iemand was die was aangevallen. Het was een meisje. Ik keek om en ik zei... ik liep terug en zei: "Wat is er aan de hand, mevrouw?" En het waren twee meisjes die daar stonden, allebei ongeveer zeventien, achttien jaar oud, met hun armen om elkaar heen geslagen en huilend.

Ze zei: "Broeder Branham!" Toen wist ik dat ze mij kenden. Ze zei: "Wij, ik bracht haar helemaal hierheen. Zij moet naar het krankzinnigengesticht." En het meisje was in mijn samenkomst daar in Lubbock, Texas, geweest en zei: "Ik wist dat als ik haar ooit hierheen kon krijgen en u voor haar zou bidden, dan geloof ik dat God haar zal genezen."

Wel, dacht ik: "Wat een geloof!" En ik zei: "Goed, zuster, kunt u haar nu..." En op dat zelfde moment zei ik: "Je kwam hier in een gele sportwagen, is het niet?"

Ze zei: "Ja."

En ik zei: "Je moeder is invalide."

Ze zei: "Dat is waar."

Ik zei: "En je hoort bij de Methodistenkerk."

Ze zei: "Dat is precies de waarheid."

En ik zei: "Onderweg ben je bijna over de kop geslagen. Jij en dit meisje waren aan het lachen toen je zover kwam waar het half beton en half asfalt werd en je stuurde een bocht door."

Ze zei: "Ja, broeder Branham, dat is waar!"

Ik zei: "En ZO SPREEKT DE HERE, het meisje is genezen."

De volgende dag zette zij de stad in vuur en vlam, ging overal rond om het iedereen te vertellen. Natuurlijk kende men haar daar niet om te weten of ze wel of niet in die toestand was geweest. En toen die dag zei broeder Baxter tegen me: "Broeder Branham, die meisjes zijn daar hun koffers aan het inpakken." En dit is iets wat hij niet wist maar wat ik wl wist. Onze geldmiddelen waren helemaal uitgeput. Ik liet hem er nooit over spreken. Maar een van die meisjes had negenhonderd dollar in die collecte gedaan die avond daarvoor en dat bracht de financin helemaal naar de top. Nu, hij wist niet, hij weet het tot op deze dag niet, maar ik wist het, ziet u. Dat ik... God had me verteld dat het in orde zou zijn.

Broeder Baxter zei: "Broeder Branham, u kunt mij maar beter er een klein beetje op laten aandringen." Hij zei: "Ze hebben een paar van die goddelijke genezers hier gehad die gewoon aan deze mensen hebben getrokken."

Ik zei: "Niets daarvan. O nee! U zult het niet doen. Wanneer u zo om geld gaat trekken, broeder Baxter, is dat de tijd dat u en ik elkaar de hand geven als broeders en ik alln zal gaan." Ziet u? Ik zei: "Dat doet u niet." Ik zei: "God bezit het vee op duizend bergen en alles behoort aan Hem. Ik behoor aan Hem. Hij zal voor mij zorgen."

Hij zei: "Goed."

En diezelfde avond zei hij: "Broeder Branham, kijk eens! Iemand... Kijk hier! Hier zit een enveloppe in, geen naam erop en er zitten negen honderd-dollarbiljetten in. Gewoon precies wat we nodig hebben om ermee uit te komen."

Ik zei: "Broeder Baxter..."

Hij zei: "Vergeeft u mij."

En toen wist ik dat het dat meisje was. Dus, toen de volgende dag, zei broeder Baxter: "Ze zijn daar beneden huilend hun koffers aan het inpakken."

Ik vroeg: "Wat is er aan de hand?"

Hij zei: "U kunt er maar beter heengaan en ze opzoeken."

Ik ging naar de kamer waar ze waren. Ik had gevraagd in welke kamer ze waren. Ik ging erheen en klopte op de deur. Ik hoorde ze huilen. Ik klopte op de deur en het meisje kwam naar de deur. Ze zei: "O, broeder Branham, ik vind het zo erg." Ze zei: "Ik heb u al die moeite bezorgd."

Ik zei: "Moeite? Wat is er aan de hand, zuster?"

Ze zei: "O, ik heb gemaakt dat de F.B.I. achter u aan zit."

Ik zei: "O, is dat waar?"

"Ja," zei ze, "ik denk dat ik teveel getuigd heb daar in de stad vandaag."

Ik zei: "Welnee."

En ze zei: "Broeder Branham, de F.B.I. die -- die is er, daarginds en ze zullen u vanavond ontmaskeren."

Ik zei: "Wel, als ik iets verkeerd heb gedaan is het nodig dat ik ontmaskerd wordt." Ziet u? Ik zei: "Zeker. Als het prediken van het Evangelie ontmaskerd moet worden, wel, laten we het doen, begrijpt u?" En ik zei: "Ik leef bij deze Bijbel en wat deze Bijbel niet zegt... Dit is mijn verdediging hier, zie je." En ik zei, en hij...

Ze zei: "Wel, het spijt me dat ik deed wat ik heb gedaan."

Ik zei: "Je hebt toch helemaal niks gedaan, zuster."

Ze zei: "Wel, bent u niet bang om daarheen te gaan?"

En ik zei: "Nee."

Ze zei: "Maar de F.B.I. is daar."

Ik zei: "Wel, ik heb ze al eerder in mijn samenkomst gehad en ze werden gered." Ik zei: "De heer Al Ferrar."

Kapitein Al Ferrar, velen van u weten van zijn bekering daar in Tacoma, Washington, hij werd daar op een schietbaan gered. Kwam in de samenkomst en zei: "Ik volgde deze man twee jaar lang. En ik hoorde over de financin en ik heb het in de gaten gehouden en heb het van alle kanten doorzocht." En hij zei: "Het is de waarheid, u luistert vanavond niet naar een fanatiekeling, u luistert naar de waarheid." Hij zei: "Bij een man van de politie liet ik een dokter naar zijn kind kijken en ik zond hem door de gebedsrij, en het kind werd helemaal precies verteld wat er verkeerd mee was en wat ermee was gebeurd. En hij zei: 'Binnen acht dagen zal het weer terug zijn op school; een polio geval.'" Hij zei: "Op de achtste dag ging het kind terug naar school." Hij zei: "Ik heb hem twee jaar gevolgd", voor tienduizend mensen. Daar is het allemaal in uw boek, er is een foto van genomen in de samenkomst in Seattle. En hij zei: "Ik wil dat u allemaal weet dat u niet luistert naar een religieuze kwakzalver, u luistert naar de waarheid." Kapitein Al Ferrar. En de volgende dag leidde ik hem tot God en ontving hij op een schietbaan, op een groot terrein, de doop van de Heilige Geest.

Ik zei: "Misschien zal met deze man hetzelfde gebeuren."

Ze zei: "Bent u bang om daarheen te gaan?"

Ik zei: "Bang? Welzeker niet! Zeker niet. Waarom zou ik bang zijn wanneer God mij heen zond om het te doen? Hij is Degene om de strijd te strijden, ik niet." Dus zei ik: "Ik wil dat jullie allemaal uit de buurt blijft." En zo...

We gingen die avond naar de samenkomst en de zaal was afgeladen. De koster kwam naar buiten en zei: "Eerwaarde heer Branham, ik heb tien Mexicaanse kinderen gehuurd. Kijk hier eens:
'De eerwaarde Branham zal vanavond door de F.B.I. ontmaskerd worden als een fanatieke dweper',
of zoiets dergelijks." En hij zei: "Het is op al die auto's geplakt. Ik heb tien kleine Mexicaanse kinderen gehuurd en die gaan ze er allemaal aftrekken en hier neerleggen."

Hij zei: "O, ik wou dat ik die kerel te pakken kon krijgen!"

Ik zei: "Ach, maakt u zich geen zorgen, Gd zal hem te pakken krijgen, ziet u." Ik zei: "Laat hem maar begaan."

Ik liep verder. En die avond toen we binnenkwamen zal ik nooit vergeten; ik liep de zaal in. Broeder Baxter zong "Geloven Alleen." Hij zei: "Nu, broeder Branham zegt ons het gebouw vanavond te verlaten." Hij zei: "Ik zal helemaal achter in de zaal plaats nemen." Hij zei: "Men is van plan hem vanavond hier op het podium te ontmaskeren." En hij zei: "Ik heb hem in menige harde strijd gezien en zag God zijn plaats innemen. Ik ga nu naar achteren om daar te zitten."

Ik liep het podium op en zei: "Ik las hier net een klein artikel waarin stond dat ik vanavond hier op het podium ontmaskerd zou worden." Ik zei: "Ik wil dat de F.B.I.-agenten nu naar voren treden en mij hier op het podium ontmaskeren." Ik zei: "Ik sta hier ter verdediging van het Evangelie; ik wil dat u komt en mij aan de kaak stelt." En ik wachtte. Ik zei: "Misschien zijn ze er nog niet." Ik wist waar ik aan toe was. Hij had vr ik wegging me al getoond in mijn kamer boven wat er zou gaan gebeuren, ziet u. En ik zei: "Misschien zal ik nog even een poosje wachten. Zingen we misschien een lied?" En iemand kwam naar boven en zong een solo.

Ik vroeg: "Meneer F.B.I.-agent, bent u binnen of buiten? Ik wacht om te worden ontmaskerd. Zou u naar voren willen komen?" Niemand kwam. Ik bleef me afvragen waar het ergens was. De Here had me verteld wat het was. Het waren twee teruggevallen predikers en ik was aan het kijken. Ik zag een zwarte schaduw in de hoek hangen, ik wist hoe het erbij stond. Ik keek ernaar en het bewoog direct omhoog en ging zo het balkon op. Een man met een blauw pak aan en n met een grijs pak.

Ik zei: "Vrienden, er is geen F.B.I. Wat heeft de F.B.I. te maken met het prediken van de Bijbel?" Ik zei: "Zeker niet. Er waren geen twee F.B.I.-agenten om mij te ontmaskeren. Maar hier is de ontmaskering, daar zitten ze, daarboven, die twee predikers daar." En ze doken weg. Ik zei: "Duik niet zo weg!" En twee van die grote Texanen waren van plan naar boven te gaan om ze vast te grijpen. Ik zei: "Nee broeders, dit is geen zaak van vlees en bloed, ga rustig zitten. God zal daarvoor zorgen."

Ik zei: "Nu broeders kijk, terwijl u daarboven zit, kijk deze kant op." Ik zei: "Als... U hebt gezegd dat ik Simon de tovenaar was en onder tovenaarskunst de mensen aan het betoveren was." Ik zei: "Als ik Simon de tovenaar ben dan zijn jullie de mannen van God. Komt u dan nu naar beneden op dit podium en als ik Simon de tovenaar ben laat God mij dan slaan met de dood. En als ik Gods profeet ben, kom naar beneden en laat God u doodslaan. Dan zullen we nu zien wie de ware en wie de verkeerde is. Komt u nu maar naar beneden. Wij zullen een lied zingen." Daar gingen ze het gebouw uit en we hebben ze nooit meer gezien. Ziet u? Ik zei: "Kom op. Als ik Simon de tovenaar ben, laat God mij dan doodslaan. En als ik Gods profeet ben dan zal God u doodslaan wanneer u naar dit podium komt. En als ik waarachtig voor God ben zal God u op dit podium laten sterven." Zij wisten wel beter. Dat is zeker. Ze wisten beter. Zij hadden het van andere plaatsen gehoord. Dat is waar. Dus denk nooit dat God niet nog steeds God is; Hij antwoordt.

Welnu, deze heks van Endor riep de geest van Samul op en Saul sprak tot Samul. U mag zich nu afvragen hoe dat kon. Het kan vandaag aan de dag net gebeuren. Volstrekt niet, omdat het bloed van stieren en bokken slechts wachtte op de tijd der vervulling. Als een mens in die dagen stierf... Predikers, ondersteun me als u denkt dat het waar is. Wanneer een mens stierf dan stierf hij onder de verzoening van een dier en zijn ziel ging naar het paradijs. En daar bleef hij tot de dag van verlossing. En zijn ziel was daar.

Laat me u hier een voorbeeld tonen. Hoevelen lazen mijn artikel of het artikel dat zij over mij schreven hier in "Reader's Digest" [Het Beste], ongeveer in oktober... de november-uitgave? Goed. Hebt u opgelet hoe dat was? Hebt u het opgemerkt dat ongeveer twee of drie weken daarvoor dit grote beroemde medium hier, dat al een hele lange tijd geleden is beproefd, zij, mevrouw Pepper, erin stond? Hebben jullie het ooit gelezen, dat artikel van mevrouw Pepper in Reader's Digest? Is het niet vreemd hoe die twee geesten...

Hoeveel tijd heb ik nog? Nog maar weinig. Twintig over, ik zal me moeten haasten. Ik weet dat u... Kijk, excuseert u mij voor een ogenblik.

Weet u, er bestaat vervalsing. Er is een echte en een vervalsing van alles. Als ik u een dollar geef en ik vraag: "Is dit een goede dollar?" En u kijkt ernaar en het zou er tamelijk goed uit moeten zien als een echte dollar of u zou het niet geloven. Is dat zo? Dus zal het werkelijk een goede imitatie moeten zijn.

En als Jezus heeft gezegd dat in de laatste dagen de twee geesten zo dicht bij elkaar zouden zijn dat het zelfs de uitverkorenen zou misleiden indien het mogelijk was; godsdienstige mensen. Nu bedenk, er is niets daar in die oude, koude formele -- koude formele uiterlijkheid; zij hebben slechts een vorm van godsvrucht, ziet u. Maar deze twee geesten zijn echte geesten en het zou zo vlak bij elkaar komen dat het zelfs de uitverkorenen zou misleiden; het zou zij aan zij werken in de laatste dagen. Zei Jezus dat niet? Hij heeft het gezegd.

Uit de preek "Demonologie, geestelijk gebied" p120-149 door William Branham 7 Juni 1953



VORIGE PAGINA     |   VOLGENDE PAGINA

HOME      INDEX getuigenissen    TOP   

______________________________________________

Voor vragen of opmerkingen:





Peter van Oort

Peter van Oort