Een verbazingwekkend getuigenis: Eekoorns geschapen door het gesproken woord tijdens een jachttocht
(Uit de preek: Ik heb gehoord maar nu zie ik", van William Branham)
Hetzelfde in Markus 11:23:
"Wanneer u tot deze berg zult zeggen: 'Wordt bewogen', en u twijfelt niet in uw hart, maar gelooft dat wat u gezegd hebt zal gaan gebeuren, dan kunt u verkrijgen wat u hebt gezegd."
Maar u kunt daar niet wat in uw gedachten staan rondtasten en het dan zeggen, u moet geïnspireerd zijn om dat te zeggen. Amen!
Neem mij deze uitdrukking niet kwalijk; maar die dag toen ik daar in de bossen zat (en God is mijn rechter, en ik zou dood kunnen vallen achter deze kansel), als dat Schriftgedeelte mij niet mijn hele leven klem heeft gezet... toen ik daar die morgen in de bossen over zat te denken, toen sprak die stem tot mij en zei: "Dat Schriftgedeelte is net als de gehele Schrift, het is waar."
En ik dacht: "Ja, maar hoe zou het kunnen?"
En Hij zei: "U bent..." Ik zei... Hij zei: "Spreek, en het zal zo zijn. Twijfel er niet aan."
En ik sprak daar met Iemand, terwijl ik ver weg zat in de bossen. Drie dagen lang waren er daar geen eekhoorntjes geweest, er zijn daar geen eekhoorns. En ik zat in een esdoornbosje. Eekhoorns komen niet eens... Iedereen die op eekhoorns jaagt weet dat zij niet in esdoorns zitten. En ik zat daar; en de wind woei flink hard, ongeveer tien uur 's morgens, en ik dacht opnieuw na.
En er werd gezegd: "U bent aan het jagen en hebt eekhoorns nodig, net zoals Abraham een ram nodig had."
Ik dacht: "Dat heeft mij altijd de waarheid gezegd, maar dit klinkt eigenaardig." En ik stond op vanwaar ik zat en keek helemaal om me heen: "Waar is die persoon die met mij sprak?" Niets; alleen de wind die erg hard woei. En ik dacht: "Zou ik misschien in slaap zijn gevallen en dat gedroomd hebben?" Nee, ik sliep niet. Ik zat daar tegen de boom, uitkijkend, omdat ik broeder Wood en broeder Sothmann daar straks zou oppikken, zo rond tien uur in de morgen. Boeren waren daar overal aan het werk en haalden hun koren binnen.
En ik hoorde het opnieuw zeggen: "U bent aan het jagen en u hebt wild nodig. Hoeveel hebt u nodig?"
En ik dacht: "Nu, ik wil dit niet overdrijven, ik zal er slechts om drie vragen, drie eekhoorns. Ik wil drie jonge rode eekhoorns. Die wil ik."
Hij zei: "Spreek er dan over."
En ik zei: "Ik zal drie jonge, rode eekhoorns krijgen."
Hij zei: "Waar vandaan zullen zij komen?"
Ik dacht: "Wel, ik ben tot zover gegaan, er is daar Iets dat hier met mij spreekt." Precies zoals u mij hoort spreken. En met deze Bijbel over mijn hart, God in de hemel weet dat dat waar is. En Hij... En ik zei: "Wel..." Ik koos een belachelijke plaats uit, een oude droge tak die daar overhing, ongeveer op een afstand van vijftig meter, waarop ik mijn geweer had ingeschoten.
Ik zei: "De eerste zal precies daar zijn." En daar was hij.
Ik wreef mijn ogen uit en keek om (ik draaide mijn hoofd) en ik dacht: "Ik wil niet op een visioen schieten." Dus ik keek opnieuw om, en daar zat de eekhoorn. Ik laadde een patroon in mijn geweer, mikte, en ik kon zijn zwarte oog zien, een jonge rode eekhoorn. Ik dacht: "Ik -- ik ... misschien slaap ik en word ik dadelijk wakker. Ja, ik droom hierover." Wel, ik legde aan, schoot de eekhoorn en hij viel van de tak af. Ik dacht: "Wel, ik weet het niet." Ik dacht: "Zal ik erheen gaan en hem opzoeken?" En ik liep erheen en daar lag hij. Ik pakte hem op en het bloed stroomde eruit. Een visioen bloedt niet, weet u. Dus ik raapte hem op en het was een eekhoorn. Ik werd als verdoofd over mijn hele lichaam.
En ik keek rond en zei: "God, dat was U!" En ik zei: "Dank U hiervoor. Nu zal ik weggaan en..."
Hij zei: "Maar u hebt gezegd! Twijfelt u aan wat u hebt gezegd? U zei dat u er drie zou krijgen. Nu, waar zal de volgende vandaan komen?"
Ik dacht: "Wel, als ik droom dan zal ik ermee doorgaan."
Dus zei ik... Ik koos een oude stam uit daarginds, van een boom die helemaal omwikkeld was door die giftige klimop hier. U zult daar nooit een eekhoorn in krijgen. Dus ik zei: "De volgende zal precies daar uit die giftige klimop komen", en daar zat die jonge, rode eekhoorn recht naar mij te kijken. Ik zette mijn geweer neer, en wreef mijn ogen uit. Keerde weer om, ik dacht... Daar zat hij en draaide zijn kop opzij. Ik schoot de eekhoorn, en toen begon ik naar huis te gaan.
Maar er werd gezegd: "U zei drie! Twijfelt u aan wat u zei?"
Ik zei: "Nee, Here, ik twijfel niet aan wat ik zei, want U bent het aan het bevestigen."
Dit is één Schriftplaats die mij klem zette: "Niet als IK spreek, maar wanneer ú spreekt." Niet wanneer Jezus het zei, maar wanneer uzelf het zegt.
En ik dacht: "Ik ben op de één of andere manier tot dat kanaal doorgebroken, en ik weet dat Hij hier is want ik ben bijna buiten mijzelf." Ik dacht: "Deze zal ik belachelijk maken, zo zeker als maar kan."
Ik zei: "Er zal een rode eekhoorn van die heuvel afkomen, en dan recht naar beneden deze kant opkomen, tot hier vlak bij mij, weggaan en op die tak gaan zitten, en dan ginds naar die boer kijken." Daar kwam hij de heuvel af, ging rechtuit en ging zitten kijken naar de boer. En ik schoot hem.
Satan zei tegen mij: "Weet je wat? De bossen zijn nu gewoon vol met ze." En ik bleef daar zitten tot twaalf uur, en er gebeurde verder niets meer. Het is om te tonen dat wanneer God... Hij is de Schepper Zelf van hemelen en aarde!
Er is een familie die meeluistert, in Jeffersonville, genaamd Wright. Broeder Wood en ik gingen erheen om hen te bezoeken. Zij maken de avondmaalswijn voor de gemeente. Kleine Edith zat daar in de kamer; een klein kreupel meisje dat daaraan ziek was geweest gedurende haar hele leven, zodat wij altijd tot God opzagen om haar te genezen. Haar zuster, een weduwe, haar man werd gedood; haar naam was Hattie, een erg nederige kleine vrouw. En terwijl broeder Banks en ik op stap gingen om een konijn voor haar te schieten hadden zij een grote kersenpastei gekookt; en zij haalden mij over om hem op te eten.
Wij zaten allemaal rond de tafel en we waren hierover aan het praten, het was net een paar dagen tevoren gebeurd. En terwijl ik daar om de tafel zat en hierover sprak zei ik opeens: "Wat zou er gebeurd kunnen zijn?" Ik zei: "Broeder Wright, u bent een oude man en hebt uw hele leven op eekhoorns gejaagd. Broeder Shelby, u bent een expert in eekhoorns jagen. En broeder Wood, u ook. Ik heb op ze gejaagd van kindsbeen af. Hebt u ooit een eekhoorn in een esdoorn en een wilde acaciastruik gezien?"
"Nee meneer!"
Ik zei: "Zij waren daar gewoon niet." Ik zei: "Het enige wat ik weet is dat het gewoon dezelfde God is. Toen Abraham een ram nodig had was Hij Jehova-Jireh, Hij kon 'voor Zichzelf voorzien'." Ik zei: "Ik geloof dat het hetzelfde is."
En de kleine, oude Hattie die daarachter zat, zei: "Broeder Branham, dat is niets anders dan de waarheid!"
Zij had het juiste gesproken! Toen zij dat zei, brak de Geest weer door in dat kanaal, een ieder van hen voelde het. Ik stond op en zei: "Zuster Hattie, ZO SPREEKT DE HERE, je sprak het goede woord, zoals de Syro-Fenicische vrouw. De Heilige Geest spreekt nu tot mij en zei mij u het verlangen van uw hart te geven." Ik zei: "Nu, als ik Gods dienstknecht ben, als het zo is, zal het gebeuren. Als ik Gods dienstknecht niet ben, dan ben ik een leugenaar en zal het niet gebeuren, dan ben ik een verleider." Ik zei: "Nu beproef en zie of het de Geest van God is of niet."
Zij zei: "Broeder Branham," (iedereen riep het uit,) "wat zal ik vragen?"
Ik zei: "Je hebt daar een kreupele zuster zitten."
Ik had twintig dollar in mijn zak om haar te geven, die zij geschonken had. De vrouw verdient nog niet het bedrag van ongeveer tweehonderd dollar per jaar op die kleine, oude, arme boerderij, zij en haar twee jongens. Haar jongens waren van die gebruikelijke Ricky-achtige schooljongens geworden, weet u, en waren gewoon brutaal tegen hun moeder; vijftien, zestien jaar oud. o, zij stonden daar te lachen om wat ik aan het zeggen was.
En ik zei: "Je hebt een vader en moeder hier zitten die oud zijn. Je hebt helemaal geen geld. Vraag om geld en zie of het je in de schoot valt. Vraag voor je zuster, en zie of zij niet opstaat en loopt." Toen wist ik het, zoals Job, er is gewoon iets wat u weet wanneer het u treft. Ik zei: "Ik weet! Hier sta ik voor ongeveer tien mensen", zei ik. "Als dit niet gebeurt, dan ben ik een valse profeet."
Ze vroeg: "Wat zal ik vragen?"
Ik zei: "Het is aan jou om je beslissing te nemen. Ik kan jouw beslissing niet nemen."
Zij keek rond, de kleine vrouw. En opeens zei zij: "Broeder Branham, het grootste verlangen in mijn hart is de redding van mijn twee jongens."
Ik zei: "Ik geef je je jongens, in de Naam van Jezus Christus." En deze giechelende, lachende en grapjes makende jongens vielen over de schoot van hun moeder en gaven hun leven over aan God, en werden op datzelfde moment vervuld met de Heilige Geest. Op datzelfde moment!
Waarom? Dat is de waarheid! God heeft de macht om mij te doden, voor deze mensen door het hele land. Velen van u hier in Jeffersonville, ik kan de Tabernakel nu een luid 'Amen!' horen uitroepen, omdat zij daar precies zitten en ernaar luisteren. Ziet u, omdat het de waarheid is! Wat is het? Het is God; door Zijn soevereine genade gebeurt het! Anders zal het niet gebeuren.
Op dat kritieke moment... denk aan de man en de mensen waarmee ik bekend ben. God die alle beroemdheden en alles voorbij gaat om een arme, kleine, oude, nederige vrouw die amper haar eigen naam kan tekenen, iets te geven; en Hij wist waar zij om zou vragen. En dat was het grootste; want haar zuster is nu dood, en haar moeder en vader moeten sterven, het geld zou verloren gegaan zijn, maar de zielen van haar jongens zijn eeuwig! En dat was voor hen het uur om Het te grijpen. En zodra ik zei: "Ik geef je je jongens, in de Naam van Jezus Christus", daar vielen zij over de schoot van hun moeder. Hoevelen hier weten dat dit waar is, weet u het? Ziet u, daar is het. Ja. Waarom? Inspiratie!
Nu: "Ik heb van U gehoord, dat Gij eekhoorns kon scheppen; ik heb van U gehoord dat Gij een ram kon scheppen; maar nu zie ik U met mijn eigen ogen!" De manifestatie, het visioen zichtbaar gemaakt. Wanneer God ook maar iets beloofd heeft, dan zal Hij dat doen.